Naar een eerlijk VN-akkoord in 2010?
Van 31 mei tot 11 juni 2010 gingen tussentijdse onderhandelingen door in het Duitse Bonn.
Delegaties uit 170 landen vergaderden over hoe het verder moet met de internationale klimaatonderhandelingen in aanloop naar de volgende VN-klimaattop in het Mexicaanse Cancun in december. Het Kyoto-protocol loopt eind 2012 af. Het is dus hoog tijd dat er zo snel mogelijk een globale overeenkomst komt.
Op de VN-klimaattop in Kopenhagen in december 2009 werden regeringsleiders het niet eens over maatregelen die de verdere opwarming van de aarde tegengaan en de meest kwetsbare landen beschermen tegen de effecten van klimaatverandering.
Het akkoord van Kopenhagen heeft geen bindende waarde en de landen stelden doelstellingen voor emissiereducties vast die de opwarming van de aarde niet aan banden leggen. Bovendien is de beloofde financiering voor klimaatmaatregelen in de arme landen niet voldoende om tegemoet te komen aan hun reële noden. Het is zelfs niet duidelijk waar het geld vandaan zou komen: is het publiek geld of privé-geld, is het extra geld ten opzichte van vroegere beloftes, zijn het leningen of giften?
Een topprioriteit voor Oxfam blijft de financiering door rijke landen van klimaatmaatregelen in arme landen. Zodat kunnen die landen zich aanpassen aan de klimaatverandering en de gevolgen beperken. Oxfam is tegen leningen om gemeenschappen te helpen bij deze aanpassingen. Publieke financiering voor het klimaat is noodzakelijk. Ook kleinschalige projecten, zoals irrigatiesystemen of aanplanting van bomen of mangroves, moeten ondersteund worden. Privé-investeerders zullen immers niet investeren in projecten met een laag of geen financieel rendement.
Oxfam stelt een reeks instrumenten voor waarmee rijke landen zich kunnen houden aan hun belofte om tegen 2020 100 miljard dollar vrij te maken voor klimaatmaatregelen in ontwikkelingslanden, zoals een globale financiële transactietaks, een systeem van emissiehandel voor de internationale lucht-en scheepvaart en vaste bijdragen van rijke landen op basis van hun historische verantwoordelijkheid voor de koolstofuitstoot en van hun betalingscapaciteit.
Lees meer: